Language, Young Lady

Everybody! Things have been in Dutch here for a while, had you noticed yet? Let me explain: I wrote some things which were important for the Greater Good, about sexual violence, mostly, and I did so in Dutch because it was relevant here in my own country at the time. You’d be surprised how many people just won’t read things in English. But then some of what I wrote was picked up by Flemish media and a bunch of people rushed to the blog and I got involved with the things I wrote about some more and I thought it was a good idea to continue in Dutch, you know, to be consistent and have a better reach in the area where I was actually trying to do some relevant things. Am I ranting? I’m ranting. #sorry?

BUT! Things are heavy, I want to have fun and not be burried in crappy world-going-to-hell shit all the time. I don’t want that responsibility, or rather: I don’t want to become it. Besides, and more importantly: this blog started out as my writer hub. A place for me to put my fiction and poetry and random life-musings. A place to get creative. It was never supposed to have a primary focus on social activism. I did not create this place so influential people would see it, local media would follow it, random people would use it as an example to Live by. I’m returning her to her original purpose: Creative Outlet Divine. ❤  That also means I am returning her to English so everyone can actually follow what the hell is happening. AND YES, MY BLOG IS A “SHE”,DAMMIT.

Anyway, extra surprise for you all: I have also revived the Music in Me, and what better way to share that with you than through video. Hence the from now on regularly active Youtube channel. Celebrate! There will be covers, some originals, the occasional vlog in which I will also talk about the blog and writing-related things.  Go on, check that baby out, and give us some subscription love if you like what you see so far. Let me even give you a bonus video with this post, just because I love you and want to apologise straying from the true purpose of this place. You can skip to 3 minutes for the actual song if you care donkeyballs about me rambling on about it first.

Menstruatiecups zijn the new black

Ik ben na een dikke twee maanden weer eens ongesteld (yay voor mijn onregelmatige cyclus), en dus ga ik wat neuzelen over menstruatiecups. HOERA! Voor zij die onder een steen leven en nu denken dat ik het heb over een of ander kommetje waaruit ik vampiergewijs menstruatiebloed als ontbijt kan slurpen (ik voel uw ongemakkelijke afschuw tot hier), eventjes ter verduidelijking: een menstruatiecup is een handige en duurzame vervanging voor tampons, waarover ik eventjes geheel ervaringsdeskundig de perks uit de doeken ga doen.

Er zijn ondertussen hopen merken cups voorhanden, in alle kleuren van de regenboog en verschillende maten. Wist ik veel welke maat ik nodig had, dus ik heb via bol.com de Freedom Cup aangeschaft. Die hebben een one size fits all formule, lekker handig. Voor elke verkochte cup, doneert Freedom Cups trouwens een cup aan meisjes en vrouwen in ontwikkelingslanden. Die cup kostte mij €23,50, en het ding gaat tot wel 15 jaar mee. Reken maar eventjes uit hoeveel geld je straks niet meer hoeft uit te geven aan tampons, om nog maar te zwijgen over al het afval dat je niet produceert.

Naast ecologisch verantwoord en goed voor je portemonnee, hoef je er bijvoorbeeld ook nooit meer aan te denken een voorraadje tampons mee te nemen wanneer je ergens heen gaat. Omdat een cup gemiddeld ook 10 tot 12 uur kan blijven zitten zonder dat je ‘m even moet leeggooien, hoef je tijdens een avondje uit ook niet de hele tijd zogezegde plaspauzes in te lassen om te kijken of je nog niet door je tampon heen lekt. Ik bloed nogal veel en op de zwaarste dag is 10 uur toegegeven ook wat lang van het goede, maar als ik moet kiezen tussen nog steeds makkelijk een uur of 6 zorgeloos zijn of om de twee en half uur het grootste formaat tampon moeten vervangen omdat ie lekt als een zeef, moet ik niet lang nadenken.

Zeker niet onbelangrijk: mijn vagina is duizend keer meer fan van zo’n gladde cup (die je trouwens ook niet voelt zitten) dan van zo’n droge prop katoen. Nooit meer uitgedroogde, geïrriteerde foef tijdens je maandstonden, score! Omdat een cup gewoon bloed opvangt en niet opzuigt, loop je voor de verandering ook niet telkens een paar uur rond met een bacteriële broeinest in je vagina. Wuif het risico op TSS maar vaarwel. Daarnaast heb ik nu zelf niet bepaald snel last van schimmelinfecties, maar voor wie daar wat gevoeliger aan is: switchen naar een cup = aanrader.

Enige minpuntje: nadat je je cup geleegd hebt, moet je hem natuurlijk eerst even afspoelen voor je hem weer inbrengt. Ik moet niemand vertellen dat lang niet elk publiek toilet voorzien is van een intern wastafeltje. Even met je broek op je knieën dat hokje uit om hem in ieders zicht even onder de kraan te steken, is een optie die zelfs ik niet overweeg. Maar bon, je kan je natuurlijk afvragen hoe vaak je überhaupt langer dan pakweg 8 uur zonder private wasbak zit. Cute Cotton verkoopt desinfecterende doekjes speciaal voor het schoonmaken van je cup on the go. Anders kan je just in case altijd zorgen voor een flesje water, of desnoods per uitzondering een maandverbandje. Je kan een volle cup in dat geval gewoon laten zitten, het is niet dat ie dan overloopt alsof er ergens een dam gebroken is.

Even in alle eerlijkheid: het enige waar je spijt van kan hebben, is dat je er niet eerder eentje kocht. Ik moet de eerste persoon nog tegenkomen met een echt goed excuus om niet van tampons naar een cup te switchen. “Dat is vies” is voor alle duidelijkheid zever, dus dat telt niet. Het is niet viezer dan tampons, integendeel zelfs, en ik schreef trouwens ook al eens iets over waarom menstruatiebloed überhaupt niet vies is. Doe uzelf een serieus plezier en zie je lijf, de natuur en je bankrekening graag genoeg om keihard te gaan voor wat menstruatievrijheid.

Fuck It All

Ik vergat mijn telefoon, ergens in een zaal na een lezing. Hoewel ik veel doe met mijn smartphone, ben ik niet zo iemand die nachten niet slaapt en lichtjes in paniek afkickverschijnselen vertoont als ze het twee dagen zonder moet stellen. Het was echter merkwaardig om wat je eigenlijk al weet, opeens bewust te ervaren: het leven zit in een telefoon. Ik stond een beetje versteld van de vanzelfsprekendheid waarmee een mens 24/7 bereikbaar is, tegelijk via Twitter, Facebook, Whatsapp, Instagram, sms, telefonisch, Messenger,… en hoe de gemiddelde smartphonegebruiker tegenwoordig geen excuus meer heeft om één of ander artikel, youtubefilmpje, campagne, event… niet even meteen te bekijken, becommentariëren.

Ik lees het nieuws online, blogs vervangen soms boeken, en ik doe dat dus op hetzelfde apparaat als waarop mijn mails en een constante stroom aan Facebook en Twitter notifications zich opdringen. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik weet dat te negeren als ik betere dingen te doen heb. Maar het is ook het apparaat waarop berichtjes van vrienden en kennissen aan de lopende band binnenstromen via een kanaal of drie. Op de helft daarvan kan je zien of iemand je bericht gelezen heeft. Ik maak dan de afweging of ik het zou lezen om te kijken of het belangrijk is, met in mijn achterhoofd de vraag of ik het dan wel kan maken gewoon niet te antwoorden als het dat niet is en ik geen zin heb in een gesprek. Ik ben toch bereikbaar, snap je? Ik had toch tijd om het te lezen?

Ik ken mensen die er zot van worden en zich opnieuw een domme telefoon aanschaffen om niet constant mee te moeten hollen op het ritme van always available, always up to date, always connected. Fear of missing out, weet je wel. Ik zou zelf niet meer zonder smartphone willen, al is het uit gemakzucht. Alles op één plaats, in een formaat dat in je broekzak past. Ik heb altijd en overal mijn agenda, bank, entertainment en elk mogelijk communicatiemiddel binnen handbereik en dat is een mogelijkheid die mij ontzettend lief is. Sommige mensen zijn niet zo’n social media beesten. Ik ben dat wel, met periodes al intensiever dan andere, maar toch. Het vereist een sterk ontwikkelde fuck-it-all attitude om op tijd en stond de boel straal te negeren en je niet schuldig te voelen omdat je wel tien minuten wil lullen tegen persoon A, en geen moer zin hebt in twee woorden wisselen met persoon B terwijl ze allebei online om je aandacht hengelen.

That said, ik moet erkennen dat mijn fuck-it-all attitude al eens te wensen overlaat. Dat gaat verder dan het sociale framework dat je met een smartphone ter beschikking hebt. Het heeft net zo goed betrekking op content. Ik blog en ben nogal actief op Facebook, Instagram en met momenten ook Twitter, en draai of keer het hoe je wil: je wil graag dat mensen je lezen, zien, sharen, liken. Inhoud op sociale media zwieren, is niet iets wat je alleen maar doet voor jezelf. Dan kan je net zo goed in je dagboek pennen. Het is een dubbel gevoel tegenwoordig. Ik ben begonnen met schrijven over letterlijk alles en nog wat. Stukjes fictie, dingen over seksisme, een poëtische poging hier en daar, … en nu en dan ging het eens over seksueel geweld. Ik vind dat een belangrijk topic en als ik daar iets over kan bijdragen, dan graag. Het werden meteen de meest gelezen en gedeelde artikels. Het werd de reden dat heel wat mensen begonnen volgen. En daar stak meteen de verplichting de kop op om te blijven schrijven over intimidatie en verkrachting en seksisme en ga zo maar een eind door.

Een mens wordt moe. Het is een zwaar onderwerp, het is dicht bij huis, en ik kan het idee Ever Connected te zijn via mijn smartphone heel wat beter negeren dan de verwachtingen van mijn publiek. Het gaat helpen als ik het gewoon even post: ik wil mezelf niet de verantwoordelijkheid opleggen om mijn (online) ruimte en beschikbare tijd de hele tijd te besteden aan serieuze dingen die de Strijd waard zijn, en dat is verdomd lastig wanneer om de één of andere reden een paar van net die posts viraal gaan en er opeens overal mensen opduiken die je een lichtend voorbeeld vinden. Er zijn echt mensen die vallen en staan met wat ik doe. Er zijn écht mensen die zelf hun stem en hun strijd gaan opgeven als ik straks zeg dat ik er eventjes geen zin meer in heb en frivolere dingen wil doen. Er zijn mensen die echt denken “als zij het al niet doet, hoe moet ik het dan doen”, en dat is zo ontzettend gevaarlijk.

Bij deze dus. Ik wil ook frivolere dingen doen, en ik ga dat ook doen. Ja, ik vind gendergelijkheid, seksueel geweld, racisme, etcetera… belangrijke topics, en nee, soms heb ik echt geen fuck zin om me daar mee bezig te houden. Soms ben ik niet van plan dat artikel te lezen dat je mij zo goedbedoeld mailt omdat je denkt dat het me interesseert. Soms heb ik geen goesting om me mee achter een of andere petitie of betoging of whatever te zetten “omdat dat toch is waar jij mee bezig bent en belang aan hecht, he!”
Kan best wezen, maar soms rust het optimale voortbestaan van de aardkloot niet op mijn schouders enzo, en soms ga ik u zeggen: fuck-it-all.

Er was eens in Brussel

Ik stapte gisteren van de trein in Brussel-Noord rond, wat zal het geweest zijn, kwart over zes. Het uur dat in de winter een gevaarlijk midden-in-de-nachtgevoel opwekt, maar begin juni nog late namiddag mag heten. Ik moest een dikke kilometer verderop zijn, en daarvoor ga ik in het centrum van Brussel wel eventjes te voet. Het was een hele tijd geleden dat ik nog in een stad rondliep, of me überhaupt alleen te voet op de openbare weg bevond, onderweg naar ergens. Ik doe dat niet. Ik woon in een boerendorp en als ik ergens moet zijn, neem ik de auto. Het is meer dan twee jaar geleden dat ik na jaren studeren uit Leuven vertrok. Het betekende een einde aan de gewenning vooral ‘s avonds en ‘s nachts aangestaard, nagefloten, nageroepen, achtervolgd, uitgescholden en bepoteld te worden. Dat ik dat niet meer dagelijks tegenkwam, maakte al dat ik in Turnhout, waar ik werkte, een paar keer stomverbaasd en verontwaardigd was wanneer iemand siste en kusgeluidjes maakte, en nog eens op zijn stappen terugkeerde om opnieuw de parkeergarage voorbij te wandelen waar ik net mijn spullen in de auto laadde. Ik was nooit zo verbouwereerd over oude mannen, studenten, blank, zwart, wel en niet Nederlandstalig, die mij in Leuven behandelden als een keurslagersproduct. Dat went, weet je wel. Zo’n dingen horen erbij als je half de twintig bent en niet van plan je op te sluiten of enkel in kudde door de wereld te verplaatsen. Ik zou, als ik niet goed nadacht en zulke dingen niet principieel wilde aankaarten, zeggen dat ik in Leuven altijd een fijne tijd had en me relatief veilig voelde. Het moet voor je eigen gemoedsrust ontzettend negeerbaar worden, al dat “ik wil u doen, schatje!” en “uw tieten zijn monsterlijk groot!”, de herhaalde vraag er eens aan te mogen zitten, dat ze dat dan om te lachen ook gewoon zomaar doen, de auto’s waaruit “yooooo sletje!” weerklinkt in het voorbijrijden. Dat er dan eens af en toe eentje is die je wel door een verlaten straat volgt tot bij je kot is een uitzondering. En ook die keer dat je jezelf vervloekte langs de Rattemanspoort te zijn gelopen, want daar is natuurlijk nooit iemand en hoe stom kan je zijn. Natuurlijk hangt daar een idioot rond die je eventjes plet met zijn volle gewicht en de stijve penis in zijn broek gebruikt om ervoor te zorgen dat je eventjes niet van de muur weg kan. Volgende keer neem je iemand mee, of loop je om door de Parijsstraat. Zoiets is toch snel opgelost, zeker?
Ik minimaliseer meestal op de momenten dat ik niet expliciet een punt probeer te maken, want ik wil blijven bestaan. Gewoon, zonder te denken over de keer dat een student mijn kot probeerde binnen te dringen en ik doodsangsten uitstond terwijl ik zijn been tussen de deur klemde om te verhinderen dat hij verder kon komen. Of de keer dat ik bedreigd werd omdat ik iemand vroeg een meisje met rust te laten. Of alle keren dat ik voornamelijk niet of soms negatief reageerde op opmerkingen en ik woedend uitgescholden werd en nooit kon inschatten of ze achterna zouden komen of niet.

Ik stapte gisteren van de trein in Brussel-Noord en nam de uitgang bij de Aarschotstraat. Ik stond daar eventjes. Jas aandoen, sjaal goed leggen, wat spullen van het ene naar het andere vakje van mijn tas verhuizen, google maps checken, sigaret opsteken. Het zag er niet zo fleurig uit daar. Er hingen een stuk of vier groepjes van een man of drie rond op straat, en ze keken. Ik hield mezelf voor dat mensen mogen kijken en dat ik me vast dingen in het hoofd haalde die er niet waren als ik daar al ongemakkelijk van werd, maar ik deed mijn best om bezig te zijn met mijn knopen en mijn jaszakken en het uit mijn gezicht vegen van het haar dat door de wind telkens opnieuw in mijn ogen belandde, zodat ik het niet hoefde te merken. Niemand zou trouwens een poot uitsteken, met twee militairen vijf meter verderop.

Ik vond de goede richting en vertrok richting Middaglijnstraat. Met militairen uit het zicht verdwenen, bleef er geen vierkante meter over waar ik niet werd aangegaapt en aangesproken. Niet met “Bonjour”, maar met “Olalala belle” en “hmmm ma petite” en “hey, hey, schatje”, met het gesis en gekreun dat me een half jaar geleden voor het laatst uit mijn lood sloeg op de Turnhoutse Merodelei. Ik ben niet op mijn mond gevallen. Ik heb een hekel aan het idee dat mensen je ongestoord zo kunnen behandelen. Ik ben helemaal voor het idee je mond open te doen en te reageren. Ik deed niets, of toch niets in die richting. Ik had alleen een sneltreinvaart aan gedachten. De bewustwording dat ik mezelf klein en onzichtbaar probeerde te maken, afgewisseld met rebellie. Rebellie, dat ik niet zo ben. Dat ik me niet klein mocht laten krijgen. Dat ik met opgeheven hoofd en brede schouders trots en ongenaakbaar mijn ruimte mocht innemen. Schuldgevoel ook, omdat ik dat goed genoeg wist, en het niet deed. Omdat ik mijn kin weer liet zakken na iedere “pssst” wanneer ik ze net een stukje had opgeheven. Omdat ik tegen iedereen stoer en radicaal doe over eigen recht en andermans zielige intimiderende nonsens, en er zelf blijkbaar niet in slaag dat toe te passen en iets anders te zijn dan bang, iets anders te willen dan verdwijnen en onzichtbaar zijn. Ik kon de stroom in mijn hoofd niet tegenhouden. De stroom van “moet ik reageren? Wat gaan ze doen als ik reageer? Lok ik iets uit als ik reageer? Zouden ze boos worden als ik niet reageer? Misnoegd dat ik hen geen aandacht schenk? Gaat er iemand agressief worden? Gaat iemand het in zijn hoofd halen me te volgen? Hoe ver moet ik nog? Wanneer is dit voorbij?”  Dat, en het gevoel bekeken, gekeurd en mentaal uitgekleed te worden. Het niet-weten welke vunzigheid mensen zich voorstellen met jou in de hoofdrol, je dat niet willen voorstellen maar het toch doen, dat denigrerende van wat een ander doet projecteren op jezelf.

Ik was, denk ik, ongeveer halverwege. Een man steekt de straat over en loopt voor me. Hij stopt en kijkt naar waar hij vandaan komt. Schuin achter me hoor ik een andere man. “Ik kom eraan”, zegt hij. De man voor me loopt door, ik loop achter hem. De andere man is ondertussen ook de straat overgestoken. Ik zie hem niet, maar hij grijpt vol in mijn achterwerk op het moment dat we achter een geparkeerde camionette uit het zicht van eventuele passanten verdwijnen. Niet dat er verder iemand op straat te bespeuren viel. Ik schrik en sla in een reflex naar zijn hand, terwijl hij met zijn andere arm om me heen reikt en mijn borst vastpakt. Ik stribbel tegen, hij laat me gelukkig vrij snel los. Ze lachen luidop terwijl ze doorlopen. Allebei, want die ander was er blijkbaar ook nog en ik besef dat ik dat niet doorhad. Ik besef ook dat ik geen geluid gemaakt heb. Dat ik weliswaar een beetje onbeholpen van links naar rechts bewoog, maar dat je het met moeite verweer kan noemen. Dat ik geluk had niet tegen die camionette te zijn geplakt, dat het niet langer geduurd heeft en dat het niet erger was. Ik bedacht me dat ik het vreemd vond dat ik zo geschrokken was, want het was toch de zoveelste keer. Als ik in mijn studententijd iedere keer zo had moeten schrikken wanneer iemand zomaar uit het niets aan mijn borsten of billen zat, was mijn tikker al lang aan vervanging toe.

Ik besefte pas bewust dat ik niet alleen was geschrokken maar ook intense angst had gevoeld, toen ik bij aankomst op mijn bestemming een beetje tegen Liesbeth ratelde over wat er was gebeurd. Ik wist terwijl ik tegen haar sprak niet goed of ik het wat in het belachelijke moest trekken, of er heel serieus over moest doen. Standaard vertel ik daar nogal lacherig over, maak ik mijn daders zielig en mezelf heel sterk en cool. “Haha what the fuck. Wat denken die wel niet. Losers.” Ik had gedaan alsof mijn verzet veel groter was geweest dan wat het in werkelijkheid had ingehouden. Maar Liesbeth kent mij en kent mij in de context van dit onderwerp en ze zou, terecht, door mijn façade heen geprikt hebben. Ik kan met de beste wil van de wereld in haar bijzijn niet doen alsof iets me minder raakt dan het doet, zelfs wanneer ik me zelf nog niet ten volle realiseer hoe aangedaan ik precies ben, en dat maakte van mijn verhaal voor mezelf initieel een rare mix van verbouwereerde “holy crap…” en een halfslachtig onderdrukte poging oké te zijn. Ik begon ook met “ik loop nooit meer alleen door Brussel”. Zomaar eventjes zeggen “ik werd net aangerand”, wie doet dat? Ik weet dat het dat is, ik weet dat die uitspraak terecht zou zijn, ik ben de eerste om een ander te zeggen dat dat mag, dat dat moet, dat je dat moet benoemen, dat dat geen aanstellerij is. Ik deed het niet, want ik vond dat aandacht trekken en overdrijven. Ik moest “pff… jah…” antwoorden op haar vraag of iemand me ook aangeraakt had toen ik ratelde over alle opmerkingen die ik naar mijn hoofd had gekregen onderweg. Mijn maag kromp een beetje in elkaar toen ze tegen iemand die net arriveerde zei: “Amelie is aangerand onderweg naar hier.” Het dubbele gevoel van “shit, dat klopt…” en “zeg dat niet, het was niet zo erg. Laat maar.”  Alsof het te onnozel was om te vermelden.

“Wil je aangifte gaan doen?”
Ik lachte. “HAHA what the fuck NEE lol.”
“Verkeerde vraag?”
“Ja.”

Ik weet dat ik daar aangifte van kan doen. Ik weet ook dat dat maatschappelijk wenselijk is. Maar ik dacht ook wat velen van ons denken. Dat ik die mannen niet kende, dat ik met de beste wil van de wereld geen goede beschrijving kon geven, dat ik me de straat toch niet kon herinneren, dat het toch “maar” dat was, dat er niets van terecht zou komen, dat het niet de moeite was daar tijd en energie in te steken. Ik voelde wat velen van ons voelden. Dat ik daar niet mee bezig wilde zijn. Dat ik dat niet voor de derde keer wilde vertellen, dat ik gewoon de avond wilde kunnen doorkomen, dat ik gewoon naar huis wilde, dat ik wide douchen, dat ik niet buiten mijn eigen keuze om geconfronteerd wilde worden met wat dit was en betekende, dat ik niet geforceerd wilde stilstaan bij de realiteit, dat ik daar de energie niet voor had, dat ik hier niet adequaat mee kon omgaan en de goede balans kon vinden tussen mezelf beschermen en verwerking als ik er ook nog eens “officieel” een punt van moest gaan maken. Ik voel me tegelijk schuldig dat ik dat zeg, omdat het anderen misschien ontmoedigt. Als ik, ik met mijn grote mond en mijn maatschappelijk besef en al mijn ervaring met en kennis over seksueel grensoverschrijdend gedrag en geweld en alle mythes en fabeltjes die daarrond heersen al niet de keuze maak naar de politie te stappen omdat ik voel dat ik dat echt niet trek, wat moet een ander daar dan van denken? Is het vooral de vraag of mensen die voelen dat ze het wel trekken, niet zullen beginnen twijfelen wanneer iemand anders uitlegt dat ze dat niet voelen? Als ze wel beginnen twijfelen, is dat dan een teken dat ze het misschien toch niet helemaal zullen trekken? Want ik wil niemand afraden om aangifte te doen. Als je dat wil, moet je dat absoluut doen, en wie dat doet, verdient alle mogelijke zorg en ondersteuning om dat in goede banen te leiden. Maar ik wil ook kunnen zeggen dat je niet verplicht bent daar jezelf voor te passeren en dat je ergens bewust van zijn, niet hetzelfde is als de draagkracht hebben om daar (meteen) naar te handelen. Dat je je daar dan ook niet schuldig om hoeft te voelen, terwijl de kans reëel is dat je dat toch wel doet. Ik ook. Weten en weten is twee. Weten en voelen is onbetaalbaar.

Ik denk dat mensen te weinig beseffen dat grenzen die overschreden worden, geen kwestie meer zijn van verstand.

Slachtoffer of overlever?

Kleine edit: we zijn nu ook te vinden op Bloglovin!

Follow my blog with Bloglovin

Als je je zo vaak bezig houdt met een onderwerp als seksueel geweld, bots je nu en dan onvermijdelijk op termen als “overlever” of “survivor”, en de discussies rond op welke manier zich dat verhoudt tot de stempel van “slachtoffer”. Steeds vaker wordt de vraag gesteld welke term correct of wenselijk is en waar precies het verschil ligt. Het is ook een conversatie die, naar mijn aanvoelen, vaker dan andere facetten van seksueel geweld gevoerd wordt onder slachtoffers/overlevers zelf. Wat me vaak opvalt wanneer wij zelf spreken, is dat het relatief stil blijft bij hen die niet per definitie een sterke voorkeur (of afkeur) hebben voor de ene of de andere term en er al eens wat onbegrip en negativiteit durft ontstaan tussen het kamp dat weigert weggezet te worden als zwak en beschadigd, en het kamp dat het recht opeist zwak en beschadigd te zijn.

Ik zeg vaak dat woorden dingen betekenen, en dat is nu niet anders. Er wordt mij soms verweten dat ik te vaak afhankelijk blijf van pure definities, en dat ik vergeet context mee te nemen in mijn beoordeling van bepaalde termen. Er is echter een verschil tussen het individuele en het collectieve, en waar mensen vaak begrijpelijk redeneren vanuit hun eigen ervaringen en gevoelswereld, is dat niet de enige correcte context die in acht genomen moet worden. Dat maakt dat er misschien niet één juist antwoord is, en dus ook niet één juiste term voor het benoemen van personen tegenover wie seksueel geweld werd gepleegd. Dat maakt ook dat we elkaar misschien best niet de kop inslaan en verwijten maken over de kwestie, maar dat het loont de zaak af en toe eens in een breder perspectief te plaatsen.

vic·tim: one that is acted on and usually adversely affected by a force or agent; one that is injured, destroyed, or sacrificed under any of various conditions; one that is subjected to oppression, hardship, or mistreatment.

sur·vi·vor: one who lives through affliction; one who continues to function or prosper in spite of opposition, hardship, or setbacks.

Er kwam een moment waarop “survivor” als term de voorkeur genoot. Slachtoffers waren mensen die gedefinieerd werden door wat hen was overkomen, het passieve resultaat van misdaad of ongeluk. Het is een statuut dat wordt opgedrongen, iets wat je wordt zonder de oorzaak zelf in de hand te hebben. Een overlever wordt gedefinieerd door wat ze daarna doen en aankunnen. Overlevers zijn doeners, vechters, en hebben anders dan slachtoffers, een bepaalde mate van controle over het effect van wat hen overkwam. Voor overleven kan je naar ‘t schijnt kiezen, voor slachtoffer worden niet. Je zou zeggen dat het dan niet zo gek is dat men verkoos mensen niet gelijk te stellen met het moment in hun bestaan waarop ze buiten hun eigen wil en controle om, geconfronteerd werden met een ingrijpende, negatieve ervaring. Het was waarschijnlijk beter en heel wat positiever om hen te beschouwen als volwaardige, handelingsbekwame personen die na een traumatische gebeurtenis de kracht vonden om opnieuw te zijn, te worden, te doen en te laten, en ondanks hun ervaring, méér te zijn dan het slachtoffer ervan. Er zit een logica in het niet willen gereduceerd worden tot het product van onheil waarover je zelf geen macht had, om kracht boven machteloosheid te kunnen verkiezen.

Wat kwam was een soort survivorcultuur waarin mensen al dan niet krampachtig probeerden hun ervaring te overstijgen en waarin momenten van zwakte, het niet kunnen voldoen aan het vlekkeloos verwerken van trauma en de zichtbaarheid van de negatieve gevolgen daarvan, een blamage werden. Wie “blijft hangen” in wat hen overkwam, doet afbreuk aan ons harde werk. Het betekende een vlek op het beeld van iedereen die te maken kreeg met seksueel geweld. De wereld zou wijzen en denken “zie je wel, ze zijn zwak”. Iedereen die zou toegeven te zijn verkracht, zou zo de ontvanger worden van niets dan medelijdend “ocharme” en voor niets anders bekeken worden dan de arme stakker wiens leven voorgoed werd geruïneerd. Dat wil je als mens niet hebben. Het is weerzinwekkend wanneer je omgeving naar je kijkt en boven alles je zwakheid ziet. Je trauma, je verdriet, je machteloosheid, elke ongezonde strategie waarmee je probeert te copen met wat er met je gebeurde, je gebrek aan controle, en je niets meer lijkt te zijn dan een gebroken hoopje ellende.

Niet zo verwonderlijk dat de tegenreactie bestaat uit al wie het beu is verantwoordelijk gesteld te worden voor een vlotte, perfecte heropbouw van hun bestaan en daar niet meteen of in een mooie, rechte lijn in slaagt. Slachtoffer is het nieuwe overlever, want waar men zo nadrukkelijk probeerde mensen in hun totaliteit in hun waarde te laten, creëerde dat ruimte voor de onzichtbaarheid van de gevolgen van seksueel geweld. De focus op herstel verdrong de erkenning van het geweld dat had plaatsgevonden, en vooral wat dat doet met een mens, naar een verdomhoekje. Als je in aanraking kwam met seksueel geweld, moest je vooral beter worden, moedig en sterk zijn, en dat liet heel wat mensen achter met het gevoel geen zorg te kunnen vragen en niet te mogen spreken. Iemand zei me ooit: “Wat er met jou gebeurd is, bepaalt jou niet!”, en ik kon alleen maar denken waarom niet, verdomme? Want op dat moment, bepaalde het mijn alles, en dat was logisch. Ik kreeg aangepraat dat dat niet mocht, dat er iets mis was met mij, en dat mensen het vooral niet wilden horen of zien, dat ik schrik had in het donker, dat ik schrik had alleen, dat ik er niet in slaagde normale relaties op te bouwen, dat ik walgde van mezelf, dat mijn zelfrespect ver te zoeken was, dat het gewoon, eenvoudigweg, niet ging en ik er niet in slaagde mezelf te zien als meer dan iets wat een ander had gebruikt en daarna aan de kant had gegooid. Het was de bevestiging dat het mijn taak was te zwijgen en te doen alsof het niet deerde. Power woman, weet je wel. Verkracht? pfah! Ik ben zo veel meer. Zie mij gaan.

Zo zetten we ons af tegen elkaar. Zo zie ik ze wel eens ruzieën, die mensen die soms niets anders met elkaar delen dan dat iemand besloot hun grenzen te overschrijden en seks als wapen in te zetten. We nemen elkaar kwalijk dat we vinden dat we ons zus of zo moeten noemen. Want het slachtoffer voelt zich weggestopt en onderdrukt door de overleverscultuur, de overlever voelt zich gereduceerd door slachtofferschap, en daar zitten we dan, met een eindeloos getouwtrek in een groep die misschien als geen ander zou moeten beseffen dat het van onschatbare waarde en belang is elkaar te laten zijn, spreken, en begrijpen in plaats van veroordelen.

Ik kwam zelf tot de conclusie dat het nogal onnozel is beide begrippen tegenover elkaar te plaatsen. We zijn per definitie allemaal slachtoffer omwille van wat met ons gebeurde, en we zijn per definitie allemaal survivor omdat we hoe dan ook overleefden, op de één of andere manier functioneren en “hele” mensen zijn, ongeacht of we dat, soms of wat vaker, zelf zo aanvoelen of niet. De weg van slachtoffer naar overlever is een illusie. Er is geen pad tussen de twee, we zijn ze de facto tegelijk. Soms in een andere verhouding, misschien met de tijd wat vaker de ene dan de andere. Dat maakt ook dat zowel slachtoffer als overlever misschien wel elkaar betekenen. Ik ken geen mensen wie seksueel geweld overkwam die niet zowel lijden als vechten, voor wie “zwakte” dragen niet ook kracht inhoudt, wiens kracht geen zwakheid kent. Dat hoeft ook niet te betekenen dat het een en ander niet confronterend of frustrerend kan aanvoelen. Ik erger me bij momenten blauw aan mensen van wie ik het gevoel heb dat ze hun slachtofferschap etaleren als een glinsterende badge in een soort van eis dat iedereen op z’n blote knieën tot op het belachelijke af rekening houdt met hun gevoeligheden, schijnbaar zonder zelf ook maar de minste nood te voelen op een of andere manier aan verwerking en zelfreflectie te doen. Ik erger me soms net zo hard aan wie zo vergevorderd lijkt in dat verwerkingsproces dat ze ongenaakbaar lijken te preken wat de beste manier is om zo ver te komen. Ik geloof ook voor de volle honderd procent dat anderen zich al op beide manieren aan mij geërgerd hebben.

Misschien wordt het eens tijd dat we stoppen met veronderstellen dat wie zichzelf op een bepaald moment meer plaatst in de ene rol, per definitie neerkijkt op of een probleem heeft met de andere. Dat we tegelijk van elkaar leren verstaan waarom dat misschien wel zo voelt en waarom bepaalde zaken frustraties oproepen. We hoeven er geen tweestrijd van te maken om elkaar te laten zijn en ondersteunen. We moeten leren dat we mogen zeggen dat we ons omwille van onze eigen context soms ergeren, en tegelijkertijd snappen dat dat niet betekent dat een ander heeft gezegd dat we verkeerd bezig zijn of zelf niet mogen worden gehoord. De twee kunnen heus wel met elkaar bestaan.

Erotiekje

In een niet zo ver verleden, vermeldde ik in een post eens dat ik af en toe een erotiek zou schrijven. Ik zeg zulke dingen niet zomaar. Maak het u gemakkelijk.

 

Erotiekje

Je hebt van die huizen die te groot zijn voor een mens alleen, en dagen die te lang rekken. Zo zit je daar dan, een uur op de bank met je hoofd nergens en misschien wel overal. Wanneer het leven overloopt van ideeën, krijgt er soms geen enkel vorm en is de enige gedachte die nog rest, dat alles leeg is van volheid, en dat waar alles kan, niets overblijft. Besluiteloosheid is telkens opnieuw een verrassing. Hoe moeilijk kan het zijn om de televisie aan te zetten, een boek te pakken, of te bellen met je beste vriendin? Het zal zijn dat een gedachteloos vol hoofd er niet nog meer informatie bij hoeft. Ik ben het beu om hier te zitten met niets om handen dan mijn eigen rusteloosheid over niets doen en ik besluit te vluchten naar de plaats die mij de illusie laat ergens mee bezig te zijn, terwijl ze even veel traagheid inhoudt als de kussens waarop ik met iedere nieuwe minuut eindelijk een gemakkelijke houding probeer te vinden.

Het licht van de avondzon valt nog door de glazen koepel in mijn badkamer en gooit een zachte gloed over de blauwe tegels van mijn douche. De vertrouwde geur van jasmijn doet me dankbaar zuchtend de ogen sluiten. Het dakraam staat open, en eindelijk begint een zachte bries de klamme hitte van de dag uit mijn huis te verdrijven. Mijn jurk glijdt langs mijn benen naar de grond en ik kijk bewust niet in de spiegel. Ik heb genoeg van mezelf. Ik wil niet herinnerd worden aan de imperfecties van mijn eigen lijf, de kritiek waaraan ik het onderwerp en de onvermijdelijke conclusie dat ik er ongewild telkens een beetje van walg om geen enkele andere reden dan dat het niet het lichaam is waardoor mannen auto’s willen kopen.

Ik stap de douche in. Mijn tenen volgen de voegen tussen de kleine tegeltjes terwijl mijn handen rusten tegen de muur. De warme bries die mijn huid kietelt, neemt de flarden van bedenksels die ik nooit zal formuleren bij de hand en legt ze te rusten, ver weg van mijn bewustzijn. Ik wil niet meer denken, maar des te meer wil ik voelen, dus blijf ik dapper staan terwijl ik de kraan open draai. Ik hap naar adem wanneer het ijskoude water tegen mijn borst klettert en elk donshaartje, kop tot teen, zich stijf rechtop zet. Kleine stroompjes banen zich als smeltwater een weg over mijn schouders, langs mijn rug. Geschokt kruipt de huid rond mijn tepels dichter bij zichzelf en trekt zich samen. Mijn ademhaling vertraagt op het ritme van de stijgende watertemperatuur en ik zweer dat er iets gelukzaligs is aan de gestage ontspanning van spieren die zich in een acuut moment van alertheid onwillekeurig spanden. Ik buig mijn hoofd. Het water kleurt mijn bruine haar diepzwart en plakt het in lange strengen aan mijn hals en wangen. Dikke druppels nemen de stille tranen die in mijn wimpers kleven mee op zocht naar de welving van mijn lippen en als waterdruppels een stem hadden, zouden ze elkaar daar moed inspreken voor ze zich opofferden aan de val naar het afvoerputje.  Ik zet het water een paar keer warmer tot het vurig rode striemen tekent op mijn huid en de stoom langzaam door het open raam de badkamer uit kringelt.

Ik droog me niet af. Gefascineerd kijk ik naar de dunne mist die opstijgt van mijn armen, alsof mijn handen van vuur zijn. Ik maak tekeningen met de rook die me omsingelt en dans rond in een wolk van stomende jasmijn. Mijn vingers trekken een spoor langs mijn dijen, schrapen de druppels van mijn heupen. Ik begraaf ze in de tomeloze zachtheid van de buik waar ik zo van walg als ik hem bekijk, maar die mijn handen oh zo lief is. Ik vergeet wat ik zie als ik naar mezelf kijk en betrap me op de openbaring dat mijn lichaam er is om aan te raken. Ik sluit mijn ogen en kneed de rolletjes om mijn middel. Ik pak ze vast, en ze zijn één en al boterzacht vlees. De afwezigheid van de hardheid van botten maakt me intens gelukkig.  Mijn handen glijden omhoog en vertrekken opnieuw van mijn schouders naar het kuiltje bij mijn sleutelbeen. Ik besluit te durven, en aai de welving van mijn borsten, probeer de fruitsoort te identificeren waar ze het meest op lijken. De omvang zegt meloenen, de vorm heerlijk rijpe druiventrossen, warm van een Italiaanse zon. Vederlicht bestrijken mijn vingertoppen de tepels die zich vol verwachting hebben opgericht naar de verwachte aanraking. Er gloeit iets diep in mijn buik. Ik probeer het te pakken, graai ernaar. Ik wil het vasthouden, maar de smeulende kooltjes die mijn binnenste oplichten, blijven buiten bereik. Op mijn knieën ga ik op zoek, tussen mijn benen waar het intussen even vochtig is als de vloer. De muur bewaart mijn evenwicht. Mijn vingers verkennen de ingang van een tunnel, wanden bedekt met een fluweelzachte consistentie die glijdt en glibbert en de toch zo veel makkelijker maakt. Ik neem het mee, omhoog, naar dat knopje dat het hart vormt van de orchidee die zich glorieus opent voor mijn handen. De kooltjes in mijn buik ontbranden, verslinden zichzelf terwijl ik mijn heupen vooruit duw en naar ongekende hoogtes reis op mijn handpalm, mijn vingers steeds dieper in mezelf, zoekend naar het vuur waaraan ik me wil verwarmen. Ik slaak een kreet, alsof ik me verbrand, en zak neer op de koude vloer, nat, uitgelaten, uitgedoofd. Ik zie mijn lijf liever voldaan dan in de spiegel.

Wanneer verkrachting toch ook seks is

Ik ging vandaag op zoek naar Het Nieuwsblad, omdat allerliefste buddy Yasmine
Schillebeeckx (auteur van “Echte vrouwen bestaan niet“) mijn boodschap aan mijn nieuwsbladlichaam in een brief goot, die vandaag in haar Liefste Lijf rubriek werd gepubliceerd. Inclusief bijna-naaktfoto van mezelf, natuurlijk, en die moest ik toch echt hebben. Om in te kaderen en aan de muur te hangen. Je staat niet elke dag in niks anders dan een onderbroek in een nationaal blad. Terwijl ik daar stond te zoeken naar de juiste krant, viel mijn oog op de Flair. Toegegeven: ik vind Flair een flutboekje dat af en toe een beetje aan token-feminism doet om de oeverloze hoeveelheid stereotiepe nonsens een beetje te verexcuseren, maar soms staan er verhalen van vrouwen (en/of mannen) in over seks en relaties, en dan vind ik het wel eens interessant, gezien ik toch vaak met die topics bezig ben.

Vandaag in Flair: lezeressen die getuigen over hun ergste seks ooit. Ik haalde mijn schouders op en nam hem dan maar een keertje mee. Misschien stonden er dingen in waar ik wat over kon schrijven later, dacht ik. Ik las van iemand die besloot nog een laatste keer met haar ex in bed te duiken, iemand die het een keer deed met een getrouwde kerel, en iemand die zwaar teleurstellende seks had met een jongen na jaren stomend geflirt. Begrijpelijk dat dat niet de tofste vrijpartijen waren, maar bij enkele andere verhalen, trok ik pas echt grote ogen.

Het verhaal van de vrouw die na een feestje stomdronken door de man die haar tequila-shots bleef uitdelen, naar huis gebracht werd omdat ze zelf nog “amper wist waar haar neus stond”, en zich niets meer herinnert van wat hij daar met haar allemaal uitgestoken had, behalve dat ze niet zo onder de indruk was van zijn penis.
Het verhaal van een meisje dat op veertienjarige leeftijd de jongen op wie ze verliefd was, en die haar uitlachte, beledigde en complexen bezorgde over haar “muggenbeten” van borstjes, drie keer per week moest pijpen op school.
Het verhaal van de vrouw die in meerdere situaties had aangegeven geen zin te hebben en het vriendje dat zo hard aandrong dat ze zich uiteindelijk genoodzaakt zag toe te geven, ook toen ze ongesteld was, echt niet wilde, en hij maar niet van haar lijf wilde blijven. Achteraf het hele bed onder het bloed, en zij zakte door de grond van schaamte.
Het verhaal van de vrouw die maandenlang door haar ex tot seksuele handelingen werd gedwongen, terwijl hij haar vertelde dat het aan haar lag dat het pijn deed. Dat haar lijf niet normaal was, dat ze wel aseksueel zou zijn.
Het verhaal van de vrouw waarvan de bedpartner halverwege de vrijpartij plots hard op haar billen en dijen begon te slaan, haar stopsignalen negeerde en gewoon door ging tot hij klaar was.

Dat heet geen seks. Dat heet verkrachting.

Flair maakt een disclaimertje met de boodschap dat sommige “slechte ervaringen in bed” ook een vorm van misbruik kunnen zijn, en smijt een vaag stukje achterna waarin seksuologe Rika Ponnet eventjes het verschil tussen spijt en misbruik komt uitleggen:

Spijt heb je van dingen die je zelf beslist hebt en gedaan hebt (…). Bij misbruik is er geen sprake van een ‘beslissing’ of van ‘kiezen’, maar van dwang door een ander.

Ik zal spreken uit mijn ervaring als en met slachtoffers van seksueel geweld: in héél wat situaties die dwang (zij het fysiek, manipulatie,..) inhouden, is dat niet hoe wij dat zien. Onze partner drong steeds meer aan, dus wij beslisten toe te geven, bijvoorbeeld. De vrouw die halverwege de seks opeens harde klappen kreeg en wilde stoppen, zegt nu nog steeds spijt te hebben dat ze het zo ver liet komen en legt zo de verantwoordelijkheid voor wat ze meemaakte gewoon bij zichzelf. Het hele artikel maakt pijnlijk duidelijk hoe onduidelijk de lijnen tussen seks en seksueel geweld zijn in de maatschappelijke perceptie. Hoe makkelijk situaties waarin iemands grenzen gepasseerd worden, kunnen worden afgedaan als een allegaartje van de slechte beslissingen die slachtoffers maken, foute inschattingen die ze maken, hun gebrek aan assertiviteit,… We kunnen zo nog veel dingen opnoemen die men vaak graag bij seksueel geweld sleurt om te argumenteren dat het eigenlijk toch maar gewoon een ongelukkig geval van slechte en spijtige seks was. Je ziet diezelfde mythes terugkomen in de redenering van slachtoffers zelf.

Ik weet ook wel dat Flair niet wil zeggen dat misbruik gewoon slechte seks is. Ze hebben zelfs iets gedaan (hun best, dat wil ik echt niet zeggen) om een beetje te nuanceren dat slechte seks ook misbruik kan zijn. Het slaat de bal echter volledig mis. Misbruik heet misbruik. Verkrachting heet verkrachting. Dat heet geen seks, hoe slecht ook, en door een artikel te publiceren onder de noemer “Mijn slechtste sekservaring” (met nota bene als ondertiteltje “Lezeressen over de seks waarvan ze het meeste spijt hebben”), waarin de meerderheid van de getuigenissen eigenlijk seksueel geweld inhouden, frame je aanranding en verkrachting als gewone seksuele ervaringen met een “kantje”. Seks waarin iets mis liep of die niet zo aangenaam was, in plaats van een situatie waarin iemand moedwillig geen rekening hield met jouw grenzen en je zo onrecht en geweld aandeed. Door seksueel geweld te framen als seks, schep je meteen de illusie dat ook slachtoffers verantwoordelijkheid dragen voor of mee schuldig zijn aan hun ervaring. Seks, daar moet je namelijk met twee (of meer) voor zijn, en als het niet zo positief loopt, kan dat net zo goed aan jou als aan de ander liggen. Bij seks kiezen, beslissen en handelen alle betrokken partijen. Als het verschil tussen spijt en misbruik is dat je bij misbruik niet zelf kiest, hoe moet je iets dan identificeren als misbruik wanneer de maatschappij je ervaring categoriseert als seks?

Words mean things. Taal speelt een grote rol in de manier waarop we de wereld begrijpen. Als we echt komaf willen maken met de hoge verkrachtingscijfers en de verkrachtingsmythes die hier bestaan, moeten we eens beginnen met seksueel geweld ook effectief zo te benoemen.

Wanneer een vrouw haar mond open doet

Ik schreef maanden geleden Eigen Volk Eerst naar aanleiding van de toestanden in Keulen (en elders) op nieuwjaarsnacht. Iets over de hypocrisie van mensen die een beetje minimaliserend en stom doen over seksueel geweld in het algemeen, maar dan wel plots heel graag doen alsof dat topic hen ook maar enigszins roert op het moment dat er vooral vermoedelijke moslims mee te bashen vallen. Daarmee maakte ik nul statements over de ernst van de gebeurtenissen op zich, noch zei ik daarmee dat alle moslims heilige sukkeltjes op een voetstukje zijn, maar enfin. Er kwam een hoop negatieve reactie op. Ik schreef hier en hier nog een stukje achterna.

Ik had screenshots gemaakt van heel wat reacties. Van de mededeling dat ik zelf overdreef over mijn eigen ervaring, tot het idee dat ik te lelijk was om aangerand of verkracht te worden, tot mensen die mij letterlijk en soms best gedetailleerd verkrachting toewensten. Iemand wist mij per mail te vertellen dat ik me beter van kant zou maken. Ik maakte screenshots omdat ik daar een keer iets mee wilde doen, maar een mens is beperkt in energie, en toen kwam dat er niet van.

Op het moment zelf heb ik me niet laten raken door de bagger die mijn richting uit kwam, en dat is eigenlijk nog steeds zo. Ik voel me niet beledigd, mijn zelfbeeld en zelfvertrouwen heeft daar niet onder te lijden. Maar ik word daar wel boos van. Boos, triest, verontwaardigd, etcetera.. van het feit dat zulk volk op deze aardkloot rondloopt. Van die bewijzen dat er, zoals ik toen schreef, ook bij ons een probleem is met de context waarin seksueel geweld kan plaatsvinden en de reacties en perceptie waar diezelfde context toe leidt. Natuurlijk niet bij iedereen. Natuurlijk bij een selecte minderheid. Maar je moet beseffen hoe luid die minderheid is, dat zulke ideeën zich situeren op een spectrum, dat de mensen die dit denken en doen, deel uitmaken van ons. Van onze wereld. Van onze maatschappij. Ze zijn geen rariteitenkabinet dat niet van deze planeet is. Zo’n mensen zijn één van de zichtbare symptomen van een onderliggende problematiek. Dezelfde problematiek die mijn medestudenten deden redeneren dat vanaf roklengte x, het toch echt wel “erom vragen” is, of dat je dat maar een beetje moet negeren als iemand luidkeels je borsten becommentarieert op straat. Want zo erg is dat niet, en daar kan je je wel overzetten. Dat, en honderdduizend andere kleine dingetjes waar heel wat meer mensen het kwaad of het grote probleem niet van zien. Extremere uitwassen van dezelfde mythes en stereotypes, vereisen nog steeds het hardnekkig bestaan van die mythes en stereotypes. Ik ga hier een selectietje uit de screenshots toevoegen, ter illustratie. Om eens over na te denken. Als je reflex is dat er nu eenmaal klootzakken zijn, moet je wat langer en beter je best doen.

 

Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.29.30Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.37.30Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.37.40Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.38.44Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.38.53Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.41.10Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.42.33Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.43.53Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.44.11Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.50.17Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.50.52Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.53.31Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.55.04Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.56.27Schermafbeelding 2016-05-07 om 22.38.14Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.01.31Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.01.48Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.02.31Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.03.16Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.05.17Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.06.12Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.07.17Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.30.01Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.02.18Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.17.39Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.18.35Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.37.51Schermafbeelding 2016-01-10 om 21.24.47Schermafbeelding 2016-01-10 om 21.27.02Schermafbeelding 2016-01-10 om 21.33.18Schermafbeelding 2016-01-10 om 21.36.51Schermafbeelding 2016-01-20 om 10.02.03Schermafbeelding 2016-01-20 om 10.13.33Schermafbeelding 2016-01-20 om 10.19.09Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.36.44Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.28.51Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.29.05Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.29.17Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.30.54Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.31.37Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.37.49Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.38.16Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.38.31Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.39.40Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.40.06Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.40.47Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.41.29Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.41.46Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.43.32Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.49.16Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.51.40Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.53.49Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.54.04Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.54.37Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.54.44Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.56.57Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.57.47Schermafbeelding 2016-01-10 om 13.58.54Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.02.49Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.03.35Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.07.53Schermafbeelding 2016-01-10 om 14.08.31Schermafbeelding 2016-05-07 om 23.08.33Schermafbeelding 2016-05-07 om 23.09.36Schermafbeelding 2016-05-07 om 23.10.29

Blote tieten op Instagram

Mijn blote borsten, ze staan op Instagram. Weliswaar met semi-vakkundig ondergestopte tepels (hoera, hartjesstickers in de camera app op mijn Android!), want tepels, dat mag niet op Instagram. Ho maar! (Ter nuance: vrouwentepels mogen niet op Instagram. Die van mannen wel, want blijkbaar beschikken vrouwentepels hoewel ze er compleet hetzelfde uitzien, over catastrofale magische krachten die de wereld naar de bom helpen als ze worden aanschouwd door het plebs. Fuck zeg.)

Er is een reden dat ik dat deed, mijn tieten op Instagram zwieren. Ik heb heel lang geworsteld met mijn borsten. Weliswaar niet letterlijk, hoewel dat nog wel mogelijk zou zijn gezien hun reusachtige omvang. Ik ben 100 kilo dik, en bij mijn specifieke volle, zachte lijf, horen een stel borsten van serieus formaat. De realiteit is dat zulke grote borsten, zeker in combinatie met de niet al te stevige kneedbaarheid van mijn lichaam, zwaar zijn, uitzakken, hangen. Als volumineuze theezakjes, zo je wil. Als met kokosnoten gevulde hangmatten. Het is ook realiteit dat je zulke borsten niet zomaar ziet. Ze zitten niet standaard in series en films, niet in porno (behalve een kleine niche dan), niet in reclame. Ze zijn nergens waar vrouwen als mooi, perfect, verleidelijk, begeerlijk, wenselijk,… worden afgebeeld. Dat doet een mens nadenken, vooral over welke man in hemelsnaam ooit naar mijn borsten zou kijken en niet verafschuwd zijn, laat staan dat hij ze zelfs mooi zou vinden.

Er was eens een dag dat ik besefte dat mijn tieten MIJN tieten zijn. Net zoals de rest van mij, bestaan ze niet zodat een ander er een waardeoordeel over kan vellen. Mijn tevredenheid en acceptatie van mijn lijf, hoort niet afhankelijk te zijn van wat anderen daar van denken. Mijn (lichamelijke) zelfwaardering is niet onderworpen aan welke en hoeveel mannen geilen op mijn lijf. Dus ik postte mijn naakte borsten op Instagram om duidelijk te maken dat ik mij niet voor ze wil en hoef te schamen, niet omdat ze wél perfect en geil zouden zijn in de ogen van een ander, maar omdat het geen zak uitmaakt als ze dat niet zijn. Ze zijn van MIJ. IK heb besloten mij goed te voelen over mijn borsten, of jij ze nu perfect of wansmakelijk vindt. Ik postte mijn naakte borsten op Instagram, vooral om aan andere vrouwen duidelijk te maken dat hun lichaam alleen maar van hen is en dat het oordeel van anderen geen invloed heeft op het bestaansrecht ervan, op of het al dan niet getoond en gezien mag worden.

Daarom dat ik het ook wil hebben over het privé bericht dat ik kreeg over de betreffende foto, van een onbekende man. De persoon in kwestie liet mij op Instagram per bericht weten dat mijn borsten “gewoon perfect zijn, hoor :-)”. Ik richt mij tot jou dan, wildvreemde volger. Ik veronderstel goede bedoelingen van jouw kant. Dat je mij een complimentje wilde geven, waarschijnlijk. Hou dat maar in je achterhoofd. Ik hoop gewoon ook van mijn kant duidelijk te mogen maken waarom het raar, naast de kwestie, en deel van het probleem is dat je specifiek dat soort compliment geeft, én dat je dat per privé bericht doet.

Ik vind het uiteraard geen probleem dat een onbekende die foto ziet en daarop reageert. Mijn account is publiek. Logisch dan. Wat ik wel vreemd vind, is dat je net zo goed een publieke reactie had kunnen plaatsen, maar dat je verkiest mij persoonlijk te contacteren. Dat is raar. Ik ken jou niet. Het is niet dat je me iets te zeggen of te vragen had betreffende dingen die niet of niet recent terug te vinden waren op mijn account. Het is dus niet dat de inhoud van je boodschap ongerelateerd was aan de foto, of van die aard dat andere gebruikers ze niet mochten zien.

Wat ik vooral erg jammer vind, en een teken dat de boodschap die ik gaf niet goed is binnengekomen, is dat je waarschijnlijk veronderstelde mij een plezier te doen met je goedkeuring. Dat je dacht dat het me vrolijk zou maken, een goed gevoel zou bezorgen over mezelf, de positieve evaluatie van mijn stel tieten, van jou als willekeurig onbekende kerel. Het hele punt is dat ik niet afhankelijk ben van de appreciatie die willekeurig onbekende mannen al dan niet voor mijn lichaam hebben. Het zou voor een keer eens fijn geweest zijn als willekeurige onbekende mannen eens niet zouden overkomen alsof ze veronderstellen dat hun arbitraire waardeoordeel over het uiterlijk van één of andere vrouw voor ons een sympathiek geschenk en een opkikkertje zou moeten zijn.

Je appreciatie, beste onbekende man, zou onder een andere vorm veel beter aangekomen zijn. Zeggen dat je het cool vindt dat ik zo sterk in mijn schoenen durf te staan bijvoorbeeld. Laten weten dat het straf en awesome is hoe ik niet afhankelijk wil zijn van externe goedkeuring voor mijn zelfwaardering. Gewoon, iets waaruit had gebleken dat je, anders dan ontzettend veel andere mannen, niet in de illusie leeft dat vrouwen beter worden van, altijd zitten te wachten op, hun zelfbeeld putten uit,… de actief uitgesproken appreciatie van mannen voor dat vrouwenlijf.

Het is jammer dat ik me nu ook moet afvragen of je ook de zoveelste zal zijn die het slecht gaat opvatten en er negatief op zal reageren, dat ik de moeite neem je uit te leggen waarom je privaat aangeleverde “compliment” zo verkeerd binnenkomt. Ik hoop dat je in dat geval tot tien zal tellen, en dat je voldoende tijd neemt om jezelf eens in een ander paar schoenen te zetten. Dat je je probeert te bedenken waarom het haast beledigend is wanneer straal onbekenden je als “complimentje” vertellen dat naar hun oordeel, je tieten perfect zijn, wanneer je na jarenlange strijd eindelijk een statement durft te maken waarmee je expliciet afstand wil nemen van het altijd afhankelijk zijn van andermans goedkeuring om tevreden te kunnen zijn met je eigen lichaam, en waarom het een tikkeltje vreemd is dat als ze dan toch die commentaar willen geven, ze dat niet gewoon publiek als reactie bij de foto kunnen.

Masturberen kan je leren

Ik denk vaak na over masturberen. Ik doe dat ook met regelmaat. Laatst bedacht ik me hoe ik doorheen de jaren veranderd ben met betrekking tot de manier waarop ik aan soloseks doe. Het is niet zo zeer dat ik per se betere manieren heb gevonden om klaar te komen. Wat ik wel heb ontdekt, is dat er veel meer verschillende manieren zijn om dat te bereiken, dan ik eerst dacht.

Er was de tijd dat ik nog niet goed wist wat orgasmes waren, maar er wel achter gekomen was dat het best een fijne bezigheid was tegen dingen op te rijden. Kussens enzo, je weet wel. Dat tintelende gevoel dat na een tijdje door mijn onderbuik heen trok: top hoor. Maar dat dat iets met seks te maken had en dat dat dan klaarkomen heette, ho maar. Ik was er dan ook nogal vroeg bij, en ik kom niet uit zo’n gezin waar zonder schaamrood op de wangen over seksualiteit gepraat werd. Als het al over seks ging, was dat steeds met de nodige bezorgdheid en lichte afkeer, en ging het steevast over ziektes en ongewenste zwangerschappen. Dat seks een leuke bezigheid was en dat het ook de bedòeling is dat het leuk is, daar ben ik met een hoop ellende zelf na te veel jaren achter moeten komen. Dat er überhaupt iets bestond als masturberen en hoe dat dan precies zat, moest ik leren van boekjes en internet.

Er was de tijd dat ik ontdekte dat mijn eigen vingers goed werk konden leveren, tenminste, toen ik eenmaal besefte dat het niet zo zeer ging om waar je ze in stopte, maar wel waar je ze overheen wreef. Trial, error en een hoop gepruts later, had ik een manier gevonden waarop dat voor mij enigszins werkte: met één hand venuslippen (in de comments op de vorige post, werd besloten dat dat een véél beter woord is dan ‘schaamlippen’) uit elkaar houden en dan met een hoop speeksel heel snel met een vinger of drie omhoog en omlaag bewegen over mijn clitoris. Later kreeg ik als grapje een vibrator van een vriend, voor mijn 15de of 16de verjaardag, dat ik het niet meer precies weet. Die heb ik één keer gebruikt, maar het ding trilde geloof ik niet hard genoeg, want ik vond er helemaal niks aan.

Er was de tijd dat ik ontdekte dat als ik eerst even naar porno keek, ik vanzelf nat werd en ik het niet meer moest hebben van speeksel om adequaat te kunnen masturberen. Face it, over je droge kut wrijven, is echt nul komma nul aangenaam. Eerst was er youporn, daarna pornhub. Ik stond toen niet echt stil bij hoe porno werd gemaakt. Let wel: ik ben niet tegen porno. Wat je wél kan doen, is zorgen dat je porno consumeert die duidelijk op ethische wijze gemaakt is. Er zijn een hoop wantoestanden in de seksindustrie, die je beter niet mee in stand houdt. Gelukkig zijn er heel wat net zo geile alternatieven die wel moreel verantwoord zijn. Jeuj.

Er was de tijd dat ik ontdekte dat het niet allemaal binnen de anderhalve minuut klaar moest zijn, en dat van links naar rechts, of rondjes wrijven, ook werkte. Of kleinere bewegingen maken. Of met één vinger. Of een hele handpalm. Of met je ondergoed nog aan. Of met je benen wat dichter bij elkaar.

Er was de tijd dat ik ontdekte dat het zalig is om aan je eigen lijf te zitten, en niet alleen maar aan je vagina. Het was de openbaring in mijn ontdekkingsreis. Ik trok meer tijd uit om te masturberen. Mijn handen gleden opeens met net zo veel plezier eerst tien minuten langs mijn nek, buik, billen, borsten… Nat worden zonder porno lukte opeens ook. Tegelijk bleek het fantastisch om ook eens rollenspelletjes te spelen in mijn hoofd. Tegen jezelf praten alsof je een conversatie voert met je celebrity crush van het moment. Tegen jezelf praten alsof je celebrity crush van het moment je stoute dingen in je oor fluistert om je op te geilen terwijl je naar lieve lust fantaseert dat jouw hand in je haardos stiekem de zijne is. Ik werd mee naar huis genomen door David Tennant toen ik de laatste trein naar huis miste na een event waar we allebei aanwezig waren, omdat hij me natuurlijk niet alleen op straat wilde laten ronddwalen, en van het één kwam het ander. Ik werd eens gered uit een benarde situatie door Jan Kooijman, die ik dan met de tranen nog aan mijn wimpers klevend, dankbaar en een beetje verliefd diep in de ogen keek, en ik durf zweren dat de passionele zoen die ik toen met de rug van mijn hand deelde, nog steeds in de top tien van al mijn zoenavonturen staat. Ik ontmoette Simon Baker op een fancy feestje, waar we na een hoop stomend geflirt zalig van grond gingen in een verlaten hoekje van een schitterende tuin die geurde naar Jasmijn. Jongens toch.

Er was de tijd dat ik ontdekte dat er honderd vormen en maten aan vibrators bestaan, met al even veel verschillen in trilfunctie. Ik vond er een paar die mij, in tegenstelling tot mijn eerste exemplaar, wel degelijk wisten te bekoren. Eentje ervan is gigantisch en roze, en was wederom een verjaardagscadeau. Dit keer van een vriendin die het niet deed voor de mop, maar wel degelijk hoopte dat ik mezelf zalige hoogtepunten zou kunnen bezorgen met dat ding. Ze heeft goed gekozen.

Ach, masturberen. Het is voor mij zo veel meer gebleken dan eventjes klaarkomen. Het is mijn lijf graag zien. Mezelf graag zien. Met regelmaat bijleren over wat ik wil en nodig heb. Eventjes weg van alles in je leukste hersenspinsels kruipen. Stoom aflaten. Dromen. Creatief zijn. Me-time. Inspiratie. Verkleedmomentje. Ach, masturberen, ik doe je graag.